Rechtbank Rotterdam 23 december 2011 (Worx4you), LJN BV1027
Geschil over naleving concurrentiebeding. Voro zover voor internetrecht van belang:
Gedaagde, oud-medewerker van eiser Worx4you, heeft bezwaar gemaakt tegen het overleggen van e-mailberichten, nu deze volgens hem op criminele wijze in het bezit van Worx4you zijn gekomen en derhalve als onrechtmatig verkregen bewijs zouden moeten worden beschouwd. Voorshands is niet gebleken dat Worx4you de betreffende e-mailberichten op onrechtmatige wijze in haar bezit heeft gekregen. Gebleken is dat het merendeel van de e-mailberichten van en naar gedaagde's e-mailadres bij Worx4you zijn gestuurd. Daarom wordt aangenomen dat deze e-mailberichten zich in de e-mailbox van de computer van gedaagde hebben bevonden en dat Worx4you ze daar heeft uitgehaald. Blijkbaar was deze e-mailbox ook na het vertrek van gedaagde bij Work4you nog toegankelijk en actief. Worx4you heeft erkend dat zij in de mailbox van gedaagde heeft gekeken op het moment dat zij gedaagde verdacht van concurrerende activiteiten. Worx4you stelt zich onder verwijzing naar artikel 15 lid 3 van de arbeidsovereenkomst op het standpunt dat zij daartoe gerechtigd was. Nu Worx4you naar het zich laat aanzien gegronde redenen had om de e-mailbox van gedaagde te raadplegen en gedaagde er op grond van zijn arbeidsovereenkomst ook rekening mee had kunnen houden dat Workx4you gebruik zou maken van haar recht tot inzage, wordt voorshands aangenomen dat Worx4you door het raadplegen van de e-mailbox van gedaagde niet onoorbaar jegens gedaagde heeft gehandeld. Daar komt bij dat, zelfs indien zou moeten worden aangenomen dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, dit niet zonder meer met zich brengt dat dit bewijs in een civiele procedure moet worden uitgesloten. Om te beoordelen of het bewijs al dan niet toelaatbaar is, dient een afweging plaats te vinden tussen het belang van de waarheidsvinding enerzijds en het belang van gedaagde bij het beschermen van zijn privacy anderzijds. In het kader van deze belangenafweging oordeelt de voorzieningenrechter dat de openbaarmaking van de e-mails ter zitting geen zodanig ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van gedaagde oplevert, dat de inhoud daarvan om die reden buiten beschouwing zou moeten worden gelaten. Daarnaast is aannemelijk dat er geen andere neutrale of onafhankelijke bewijsmiddelen zijn om de door Worx4you gestelde inbreuk op het concurrentiebeding aannemelijk te maken. Onder deze omstandigheden weegt het belang van Worx4you bij openbaarmaking van de betreffende e-mailberichten zwaarder dan het belang van gedaagde bij het buiten beschouwing laten daarvan.